• Onder de aangeklaagden bevinden zich de voormalige burgemeesters van de Volkspartij van Orihuela, José Manuel Medina en Mónica Lorente.

Het Hooggerechtshof heeft het beroep van het Openbaar Ministerie tegen het vonnis van het Hof van Beroep van Alicante gedeeltelijk gegrond verklaard. Daarin werden de 34 verdachten in de zogenoemde 'zaak-Brugal' vrijgesproken. In deze zaak werden vermeende onregelmatigheden bij de gunning van de opdracht voor afvalinzameling en straatreiniging in Orihuela onderzocht.

Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt teruggestuurd naar de rechtbank van eerste aanleg voor een nieuw beraad. Hierbij wordt een nieuw vonnis uitgesproken, ditmaal met inachtneming van het bewijsmateriaal dat het Hof eerder had uitgesloten, omdat het afkomstig zou zijn uit een ongeldige procedure.

Nadat een groot aantal dossiers is geanalyseerd, blijkt dat de telefoontaps vanaf het begin overeenstemden in de zaak. De stukken die in de aangevochten straf als nietig werden beschouwd, worden nu geldig verklaard.

Het Hof legt uit dat de jurisprudentie van de Hoge Raad erkent dat het SITEL-systeem (wettelijk afluistersysteem voor telecommunicatie), dat veel wordt gebruikt en ook in dit geval werd gebruikt, voldoende waarborgen biedt voor de bewijskracht van de telefoontaps die ervan gebruikmaken. In dit geval werd de authenticiteit ervan in twijfel getrokken, zonder dat er bewijs werd geleverd dat het vermoeden van authenticiteit van de opnames zou ondermijnen.

Samenvattend werd geoordeeld dat een aantal van de door de strafopleggende rechtbank genomen beslissingen niet logisch en rationeel onderbouwd waren, hetgeen leidde tot de uitsluiting van bewijsmateriaal dat het Openbaar Ministerie, dat optreedt als garant voor de rechtmatigheid en het algemeen belang, ter verdediging van zijn vorderingen had aangevoerd. Om deze reden is de Hoge Raad van oordeel dat het recht van het Openbaar Ministerie op effectieve rechtsbescherming en op gebruik van de relevante bewijsmiddelen is geschonden.

In het hoger beroep verzocht het Openbaar Ministerie om de nietigverklaring uit te breiden tot het proces en een nieuw proces bij een andere rechtbank te houden. Het Hof wees dit verzoek echter af.