De nieuwe president van Valencia geeft aan dat er een verschuiving gaande is naar ontwikkelaarsvriendelijkere planningswetgeving.

0
Politieke tegenstanders, met name de PSPV, beweren dat dit model puur speculatief is en de belangen van de baksteenindustrie boven de behoeften van het publiek stelt.
Politieke tegenstanders, met name de PSPV, beweren dat dit model puur speculatief is en de belangen van de baksteenindustrie boven de behoeften van het publiek stelt.

In een van de eerste wetsvoorstellen van de recent benoemde president Juan Francisco Pérez Llorca heeft de regio Valencia een nieuw "vereenvoudigd" decreet ingevoerd dat de manier waarop woningen en grond in de regio worden beheerd aanzienlijk verandert.

Deze maatregel wordt gepresenteerd als een oplossing voor de woningcrisis door de bouw sneller en gemakkelijker te maken, maar heeft hevige kritiek uitgelokt met betrekking tot de stedelijke kwaliteit en de privatisering van het openbaar toezicht.

Wijzigingen in het gebruik van openbare gronden

Het decreet maakt de bouw van beschermde woningen mogelijk op grond die oorspronkelijk bestemd was voor openbare voorzieningen zoals scholen, medische klinieken en sportcentra. Hoewel de wet voorschrijft dat gemeenten deze verloren "dienstverleningsgrond" binnen drie jaar moeten vervangen, maakt de onmiddellijke werking het voor ontwikkelaars mogelijk om te bouwen op percelen die vaak al jaren leegstaan.

Er is een voortdurend debat gaande over de vraag of dit terrein aan projectontwikkelaars zal worden verhuurd of dat het zal worden verhandeld in een zogenaamde "grondruil", waarbij de projectontwikkelaar eigenaar van het terrein wordt in ruil voor het teruggeven van een aantal voltooide appartementen aan de overheid.

Privatisering van kwaliteitscontrole

In een belangrijke verandering draagt ​​de overheid de verantwoordelijkheid voor de classificatie en controle van sociale huurwoningen over aan particuliere samenwerkingsverbanden, de zogenaamde ECUV's. Voorheen was de overheid als enige verantwoordelijk voor het waarborgen dat betaalbare woningen voldeden aan specifieke normen voor bewoonbaarheid en kwaliteit.

Door particuliere bedrijven toe te staan ​​deze certificaten af ​​te geven, betoogt de overheid dat de bureaucratie zal afnemen en de markt zal versnellen, terwijl critici stellen dat dit de essentiële publieke controle en het toezicht op de legaliteit van gebouwen wegneemt.

Kleinere woningen en een hogere dichtheid.

De nieuwe regels heffen de eerdere beperkingen op het maximale aantal woningen dat in een bepaald stedelijk gebied is toegestaan. Door de focus te leggen op het totale aantal vierkante meters van een gebouw in plaats van op het aantal wooneenheden, kunnen ontwikkelaars nu meer appartementen in dezelfde ruimte realiseren, wat vanzelfsprekend leidt tot de creatie van kleinere appartementen.

Bovendien schaft het decreet de verplichting af voor projectontwikkelaars om meer groene ruimtes of openbare parken aan te leggen wanneer ze de bevolkingsdichtheid van een wijk verhogen. Dit betekent dat meer mensen in kleinere ruimtes zullen wonen met minder openbare voorzieningen in de buurt.

Juridische en politieke tegenreactie

Het juridische team van de Generalitat zelf heeft bezwaren geuit tegen het gebruik van een "Decreetwet" om deze wijzigingen door te voeren, omdat deze versnelde procedure de gedetailleerde toetsing omzeilt die normaal gesproken vereist is door de Juridische Adviesraad.

Politieke tegenstanders, met name de PSPV, beweren dat dit model puur speculatief is en de belangen van de baksteenindustrie boven de behoeften van het publiek stelt.

Zij stellen dat de overheid, in plaats van de woningmarkt te verbeteren, een stadsmodel creëert dat steeds drukker bevolkt raakt en de essentiële openbare infrastructuur mist die nodig is voor een gezonde gemeenschap.